< terug naar overzicht

Op 12 april 2017 heeft demissionair minister van Economische Zaken een wetsontwerp gepubliceerd, waarmee de NFC wettelijk wordt verankerd. Tot 25 mei 2017 is het mogelijk om op het wetsontwerp te reageren. Middels wettelijke verankering van de NFC wil de minister de positie van franchisenemers versterken en de belangen van franchisegevers en franchisenemers meer in balans krijgen.

Inhoud NFC

In de NFC zijn gedragsregels opgenomen waaraan franchisegevers en franchisenemers zich dienen te houden bij de totstandkoming, de uitvoering en de beëindiging van de franchiseovereenkomst. De NFC kan vrijwillig van toepassing worden verklaard op de franchiseovereenkomst. Alleen als de NFC onderdeel uitmaakt van de franchiseovereenkomst kan nakoming daarvan bij de rechter worden gevorderd.

De minister wil de franchiserelatie verstevigen door de NFC een wettelijke basis te geven. Het wettelijk verankeren van de NFC betekent dat de NFC van een vrijblijvende regeling tot een afdwingbare regeling wordt verklaard, ongeacht wat de franchisegever en franchisenemer contractueel met elkaar hebben afgesproken.

Inspanningsverplichtingen

In de NFC zijn duidelijke (inspannings)verplichtingen opgenomen voor beide partijen. De franchisegever moet bijvoorbeeld alleen contracteren met een franchisenemer die “na redelijk onderzoek” lijkt te beschikken over voldoende capaciteiten om de franchise “op een gezonde en verantwoorde manier” te exploiteren. Blijkt achteraf dat dit redelijk onderzoek niet is verricht, dan kan dit bij onvoldoende functioneren van een franchisenemer aan franchisegever worden tegengeworpen. Daarnaast heeft franchisegever een verzwaarde informatieplicht tegenover de aspirant-franchisenemer. Informatie over de financiële positie van franchisegever en andere relevante informatie die voor een franchisenemer van belang kan zijn moet binnen een redelijke termijn voor het sluiten van de franchiseovereenkomst ter beschikking worden gesteld. De NFC verplicht franchisegever overigens niet een exploitatieprognose op te stellen. Doet de franchisegever dit wel, dan mogen de prognoses, op grond van de huidige rechtspraak, natuurlijk niet ondeugdelijk zijn. De franchisegever is verder verplicht zich maximaal in te spannen om de franchiseformule te verbeteren en verder te ontwikkelen.

Daartegenover staat dat de aspirant-franchisenemer ook een eigen onderzoeksplicht heeft en dus moet onderzoeken of de exploitatie haalbaar is en de inhoud van de verstrekte informatie correct is.

Franchisegever en franchisenemer dienen bij het aangaan van een franchise­overeenkomst goed kennis te nemen van de NFC teneinde na te gaan welke informatie vooraf moet worden verstrekt of opgevraagd en te beoordelen wat de gevolgen zijn van het niet aantoonbaar naleven van de (inspannings)verplichtingen.

Informatie

Hebt u vragen over dit onderwerp, dan kunt u contact opnemen met ons kantoor op telefoonnummer 010 – 209 27 77 of per e-mail info@lvh-advocaten.nl.