Over de Auteurs: Peter de Graaf

Als een rechtspersoon helemaal geen baten meer heeft, kan een turboliquidatie plaatsvinden. De rechtspersoon wordt dan ontbonden zonder benoeming van een vereffenaar. Maar wanneer kan sprake zijn van bestuurdersaansprakelijkheid na turboliquidatie? Onlangs deed de rechtbank Noord-Holland uitspraak over deze vraag.

Wanneer turboliquidatie?

Zoals gezegd kan een turboliquidatie plaatsvinden wanneer een rechtspersoon geen baten meer heeft. Dit kan ook als de rechtspersoon nog schulden aan schuldeisers heeft. De wettelijke regeling over turboliquidaties is op 15 november 2023 tijdelijk gewijzigd. Turboliquidaties zijn nog steeds mogelijk, maar daarbij gelden enkele extra formaliteiten in acht te worden genomen. Heeft de rechtspersoon nog wel baten die moeten worden afgewikkeld? Dan moet de rechtspersoon een vereffenaar benoemen. Als de vereffenaar constateert dat de schulden vermoedelijk hoger zijn dan de baten, moet hij in beginsel aangifte tot faillietverklaring doen.  Vervolgens wikkelt een faillissementscurator het faillissement af. Daarbij vindt ook een onderzoek naar rechtmatigheidsaspecten plaats. Een geëindigde rechtspersoon kan bovendien herleven als er nog een mogelijke bate is. Over de heropening van de vereffening kunt u meer lezen in dit artikel.

Turboliquidatie van horecazaak

De casus die leidde tot de uitspraak van de rechtbank ging over een horecazaak. Deze was begin 2021 gestart en had een huurovereenkomst gesloten voor de huur van een pand. Een kleine twee jaar later besloot het bestuur om te stoppen met de activiteiten. De bestuurders probeerden vervolgens de onderneming te verkopen, maar dat lukte niet. Per 30 oktober 2023 zegden zij de huurovereenkomst op tegen 15 november 2023. Volgens het huurcontract was deze opzegging echter niet mogelijk. Het bestuur liet vervolgens de aanwezige inventaris verkopen. De opbrengst verdeelde het bestuur naar rato van de vorderingen over de schuldeisers. De verhuurder ontving 4,76% van het aanwezige vermogen. Dit kwam neer op een bedrag van € 642,15.

Vervolgens waren er geen baten meer. De verhuurder meende dat het bestuur onrechtmatig had gehandeld. Daarom hield hij het bestuur van de horecazaak aansprakelijk en startte hij een procedure om schadevergoeding te vorderen.

Bestuurdersaansprakelijkheid bij turboliquidatie?

De verhuurder stelt dat de turboliquidatie onrechtmatig is geweest en dat het bestuur verplicht was het faillissement aan te vragen. Hij wijst daarbij op de wettelijke verplichting van een vereffenaar om aangifte tot faillietverklaring te doen als de schulden de baten overstijgen. Verder stelt hij dat hij bij een faillissement een boedelvordering en een bevoorrechte positie zou hebben gehad. De bestuurders stellen dat geen rechtsregel hen verplichtte het faillissement aan te vragen. Zij hadden de baten eerlijk over de schuldeisers verdeeld. Volgens de bestuurders gold de regel over de faillissementsaanvraag door een vereffenaar niet. De vennootschap was namelijk van rechtswege opgehouden te bestaan en er had geen vereffening plaatsgevonden. De rechtbank wijst de vorderingen van de verhuurder af en stelt de bestuurders in het gelijk. Voor bestuurdersaansprakelijkheid wegens benadeling moet de bestuurder een ernstig persoonlijk verwijt kunnen worden gemaakt. De rechtbank wijst erop dat turboliquidatie mogelijk is en op zichzelf niet tot persoonlijke aansprakelijkheid van het bestuur leidt. Dit was ook de aangewezen weg, aangezien er geen baten meer waren. De verplichting voor een vereffenaar om aangifte tot faillietverklaring te doen, gold hier niet. Er was namelijk geen sprake van een vereffening of een vereffenaar. Ook was geen sprake van onrechtmatige selectieve betalingen. Het bestuur had de geringe baten naar rato over de schuldeisers verdeeld. De bestuurders hadden zichzelf of partijen waarbij zij een persoonlijk belang hadden niet voorgetrokken. Volgens de rechtbank valt deze handelswijze nog binnen de beleidsvrijheid van het bestuur. Die beleidsvrijheid is bij insolventie wel beperkt. De bestuurders kan daarom geen ernstig verwijt worden gemaakt van het onbetaald blijven van de verhuurder.

Advocaat ondernemingsrecht en insolventierecht

Indien u meer wilt weten over bestuurdersaansprakelijkheid, het afwikkelen van ondernemingen of het heropenen van een vereffening kunt u contact opnemen met Peter de Graaf van LVH Advocaten. De besproken uitspraak is hier te vinden.