Actie met betrekking tot belastingheffing in box 3
Zoals bekend, is er de afgelopen tijd veel beweging geweest rondom de belastingheffing in box 3. In box 3 belast de Belastingdienst voornamelijk spaargeld, beleggingen en onroerend goed. Voorheen ging de Belastingdienst daarbij uit van een forfaitair rendement. De Belastingdienst stelde een verondersteld percentage vast, ongeacht het daadwerkelijke rendement.
Dit betekende dat veel belastingplichtigen belasting betaalden over een rendement dat zij feitelijk niet hadden ontvangen. Misschien heeft u in het verleden ook te veel belasting betaald. De kans is dan groot dat u voor rechtsherstel in aanmerking komt.
Nog even terug naar wat er allemaal gebeurde
- In 2017 werd het heffingssysteem aangepast. Er werden forfaitaire rendementen en een fictieve verdeling van het vermogen ingevoerd, afhankelijk van de omvang van het vermogen.
- Eind 2021 oordeelde de Hoge Raad, in de zogenoemde Kerstarresten, echter dat dit systeem onhoudbaar was. De aannames waarop de belastingheffing was gebaseerd, bleken juridisch niet juist.
- Dit leidde tot een compensatieregeling voor de gedupeerden en de introductie van een nieuw, meer gedetailleerd systeem voor box 3. Dit systeem dient als tijdelijke oplossing tot er een regeling komt waarin het werkelijke rendement wordt belast.
- In juni van dit jaar oordeelde de Hoge Raad ook over deze tijdelijke regeling en stelde dat beleggers nog steeds onevenredig zwaar belast worden.
- De huidige compensatieronde richt zich op deze groep belastingplichtigen. Het is aan hen om aan te tonen dat hun werkelijke rendement lager ligt dan het berekende forfaitaire rendement.
Of u in aanmerking komt voor het zogenoemde rechtsherstel, hangt af van de acties die u nog kunt ondernemen. Daarnaast is rechtsherstel alleen mogelijk als blijkt dat het werkelijk rendement lager is dan het forfaitair rendement. Onze fiscalist David Harreman kan u adviseren. Zijn heldere aanpak zorgt ervoor dat u weet wat u kunt doen.
Wat dit betekent voor u per belastingjaar
Belastingjaar 2019
U komt alleen in aanmerking voor de tegenbewijsregeling in belastingjaar 2019 als uw definitieve aanslag op 20 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond. Daarnaast moest u vóór eind 2024 een verzoek tot ambtshalve vermindering indienen.
Belastingjaar 2020
U komt alleen in aanmerking voor de tegenbewijsregeling in belastingjaar 2020 als uw definitieve aanslag op 20 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond. Daarnaast moet u vóór eind 2025 een verzoek tot ambtshalve vermindering indienen.
Vanaf belastingjaar 2021 en verder
De Belastingdienst heeft de definitieve aanslagen van 2021 nog niet vastgesteld. Daarom staat vast dat u in aanmerking komt voor de tegenbewijsregeling. Voor dit jaar en de jaren daarna kunt u nog een herziene aangifte indienen. Dit kan als het werkelijk rendement lager blijkt te zijn dan het forfaitair rendement.
Waarom een verzoek tot ambtshalve vermindering
Door een verzoek tot ambtshalve vermindering in te dienen, geeft u bij de Belastingdienst aan dat u het niet eens bent met de hoogte van de opgelegde aanslag. U kunt dit verzoek uiterlijk vijf jaar nadat de aanslag is opgelegd indienen.
Na vijf jaar is herziening niet meer mogelijk. De hoogte van de aanslag staat dan definitief vast. Dat geldt ook als u kunt aantonen dat u te veel belasting heeft betaald. Bijvoorbeeld omdat het forfaitair rendement hoger was dan het werkelijk rendement. Een gemiste kans dus.
Tegenbewijsregeling
De Hoge Raad heeft bij de herberekening van het werkelijk rendement een bepaalde methodiek toegepast. De staatssecretaris omarmt deze methodiek. Deze methodiek wordt vastgelegd in wetgeving die, naar verwachting, in juni 2025 wordt ingevoerd. Vanaf dan kan de methodiek daadwerkelijk worden gebruikt en kan de tegenbewijsregeling worden toegepast.
Wilt u zeker weten dat u uw recht op rechtsherstel niet misloopt voor de jaren waarin u mogelijk te veel belasting heeft betaald? Neem dan contact op met David Harreman voor persoonlijk advies.


