Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA)2026-08-07T11:50:07+02:00

Bedrijven in financiële moeilijkheden

Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA)

De Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) is op 1 januari 2021 in werking getreden. Door deze wetswijziging is het insolventierecht ingrijpend gewijzigd.

Dwangakkoord buiten faillissement

De WHOA stelt een schuldenaar in staat om een dwangakkoord aan te bieden aan schuldeisers en andere stakeholders (zoals aandeelhouders) dat ertoe kan bijdragen dat een faillissement wordt voorkomen. Voorheen bestond enkel in surseance van betaling of faillissement de mogelijkheid om een dwangakkoord verbindend te laten verklaren.

Gebondenheid schuldeisers

Het akkoord wordt verbindend voor de schuldeisers als de rechtbank het akkoord homologeert. Ook als schuldeisers tegen het akkoord hebben gestemd kunnen zij aan het akkoord gebonden worden. De wet stelt daarvoor onder meer de eis dat het akkoord redelijk en eerlijk moet zijn. De schuldeisers krijgen de gelegenheid om over het akkoord te stemmen en worden daartoe in verschillende klassen ingedeeld. Een hypotheekhouder zal bijvoorbeeld voor het deel van zijn vordering dat gedekt is door het hypotheekrecht in een andere klasse ingedeeld worden dan een schuldeiser zonder voorrecht (oftewel een concurrente schuldeiser).

De inhoud van het akkoord

De schuldenaar heeft veel vrijheid bij het inrichten van het akkoord. Het voorgestelde akkoord kan een wijziging van de rechten van betrokkenen (schuldeisers en aandeelhouders) met zich brengen. Een schuldeiser zal bijvoorbeeld genoegen moeten nemen met slechts een gedeeltelijke betaling van zijn vordering of omzetting van een deel van de schuld in aandelenkapitaal.

Wettelijke regeling WHOA

De regeling van de Wet Homologatie Onderhands Akkoord is behoorlijk complex. Aan de inhoud van het akkoord worden diverse eisen gesteld. Er dient bijvoorbeeld aangegeven te worden welke waarde naar verwachting gerealiseerd wordt als het akkoord tot stand komt (de reorganisatiewaarde) en ook de opbrengst die naar verwachting gerealiseerd kan worden bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar in faillissement (de liquidatiewaarde). Er dienen dus waarderingen plaats te vinden.

Op basis hiervan kan onder meer getoetst worden aan de no creditor worse off rule, waarmee wordt bedoeld dat de rechtbank het verzoek tot homologatie van het akkoord op verzoek van een schuldeisers kan afwijzen als de schuldeiser door het akkoord in een slechtere positie komt te verkeren dan bij vereffening van het vermogen van de schuldenaar bij faillissement.

Naast de schuldenaar, schuldeisers en stakeholders kunnen ook andere personen een rol spelen, zoals een herstructureringsdeskundige, observator en andere door de rechtbank te benoemen deskundigen.

Advocaten begeleiding WHOA

Wij helpen u graag als u een akkoord wenst aan te bieden teneinde een faillissement te voorkomen of wanneer u wordt geconfronteerd met een schuldenaar die een akkoord wenst aan te bieden.

Meer over Bedrijven in financiële moeilijkheden:

klik verder als u meer wilt weten hoe wij u kunnen adviseren over de volgende gebieden/onderwerpen:

GESPECIALISEERDE ADVOCATEN

Dit zijn onze advocaten die gespecialiseerd zijn op dit gebied.

Wat vinden onze cliënten

Meer over faillissementen

Geen gedwongen overname van Corendon door Covid-19

21 december 2020|

Op 7 december 2020 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam de vordering die zag op overname van reisonderneming Corendon in kort geding afgewezen. Reisorganisatie Sunscreen (Sunweb) en branchegenoot Corendon Holiday sloten in december 2020 een koopovereenkomst ten aanzien van de aandelen in Corendon Holiday. Sunscreen zou deze aandelen overnemen voor 146 miljoen euro. In oktober 2020 heeft Sunscreen de overeenkomst echter opgezegd met als onderliggende reden dat niet aan alle opschortende voorwaarden voldaan zou zijn. Corendon heeft in reactie daarop een kort geding gestart.

Ontslagprocedure en ontslagvergoedingen

14 december 2020|

Nagenoeg iedere onderneming heeft personeel in dienst en heeft daarom te maken met het relatief complexe systeem van het Nederlandse arbeidsrecht. Het aannemen en inlenen van personeel is relatief eenvoudig. Ontslag kan daarentegen complex zijn en in bepaalde gevallen onmogelijk of duur. In veel gevallen kan het dan ook voordelig zijn om een beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden overeen te komen.

Kan een huurder van bedrijfsruimte aanspraak maken op huurprijsvermindering wegens een (gedwongen) sluiting als gevolg van corona?

23 november 2020|

Aan het begin van de coronacrisis schreef ik een artikel met daarin de antwoorden op de meest gestelde vragen met betrekking tot het betalen van huur van winkelpanden, cafés, restaurants en andere bedrijfsruimten tijdens de corona-crisis. In dat artikel schreef ik dat een huurder aanspraak kan maken op huurprijsvermindering voor de bedrijfsruimte indien sprake is van een gebrek of een onvoorziene omstandigheid.

Ga naar de bovenkant