Food

juli 6, 2026

Boetebeding in een franchiseovereenkomst

Een boetebeding in een franchiseovereenkomst kan een nuttige functie vervullen en zowel franchisegever als franchisenemer prikkelen hun verplichtingen jegens elkaar deugdelijk na te komen. Maar wat is een boetebeding precies? Wat is de functie van een dergelijk beding? En kan een boetebeding worden gematigd? Op deze vragen zal ik in dit artikel (kort) ingaan.

Franchisenemer niet gehouden aan het postcontractueel non-concurrentiebeding

De meeste franchiseovereenkomsten bevatten een postcontractueel non-concurrentiebeding. Een postcontractueel non-concurrentiebeding bepaalt dat het een franchisenemer gedurende een bepaalde periode na het eindigen van de franchiseovereenkomst in een bepaald gebied, niet is toegestaan activiteiten te verrichten die concurrerend zijn met de activiteiten van de franchiseformule.

Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

Bent u klaar voor de invoering van de AVG? Vanaf 25 mei 2018 is namelijk de AVG van toepassing. Dit betekent dat vanaf dan de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) niet meer geldt. Aangezien iedere franchiseorganisatie persoonsgegevens van werknemers en/of klanten verwerkt, krijgt iedere onderneming met de AVG te maken.

Recht op goodwillvergoeding bij einde franchise- en huurovereenkomst?

Bij het einde van een huurovereenkomst tussen verhuurder en huurder is het mogelijk dat verhuurder een gelijksoortig bedrijf als huurder in het gehuurde exploiteert. Op grond van artikel 7:308 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is het voor huurder in een dergelijk geval mogelijk om bij het einde van de huurovereenkomst van een detailhandelsruimte een vergoeding voor de achtergelaten goodwill van verhuurder te vorderen.

Retail & Brands Festival

De markt is in beweging. Retailers worden merken en merken worden retailers. Een spannende tijd waarin grenzen vervagen en waarin we worden uitgedaagd anders te kijken en te handelen.

Vordering tot betaling van een afkoopsom afgewezen

Op 18 november 2016 heeft de Rechtbank Midden-Nederland een vonnis gewezen inzake de vraag op welke wijze de franchiseovereenkomst tot een einde is gekomen. De voorzieningenrechter oordeelde dat voor toewijzing van de vorderingen van franchisegever voldoende aannemelijk dient te worden dat de bodemrechter zal oordelen dat de overeenkomst is geëindigd door een reguliere opzegging en dat daarmee de contractuele bepalingen, die zien op tussentijdse bepaling van de overeenkomst en waarop de vorderingen zijn gebaseerd, van toepassing zijn.

Ga naar de bovenkant