Kan een girale betaling van na datum faillissement teruggevorderd worden?

Onlangs heeft de Hoge Raad een interessant arrest gewezen waarin twee belangrijke beginselen uit het faillissementsrecht, namelijk het fixatiebeginsel en het beginsel van paritas creditorum, een rol spelen. De zaak ging over een situatie waarin na datum faillissement een girale betaling vanaf de bankrekening van de gefailleerde heeft plaatsgevonden aan een schuldeiser. De vraag die centraal stond was of de curator de betaling kon terugvorderen van de schuldeiser. In dit artikel worden de casus, de relevante beginselen en het oordeel van de Hoge Raad besproken.

Girale betaling door gefailleerde aan schuldeiser na datum faillissement

De casus die aanleiding heeft gegeven tot het arrest is overzichtelijk. Bleiswijk Boeketservice B.V. (hierna ‘BB’) is gefailleerd. Een dag later vindt op basis van een automatische incasso een afschrijving van de bankrekening van BB plaats ten gunste van een schuldeiser, Flora Holland. Ten tijde van de faillietverklaring was het saldo op de bankrekening van BB al negatief. Een storneringsmogelijkheid was er niet.

De faillissementscurator vordert de betaling terug van de schuldeiser op grond van onverschuldigde betaling. De schuldeiser stelt zich op het standpunt niet gehouden te zijn tot terugbetaling.

Het fixatiebeginsel in het faillissementsrecht

Artikel 23 Faillissementswet bepaalt dat de schuldenaar door de faillietverklaring van rechtswege de beschikking en het beheer over zijn tot het faillissement behorende vermogen verliest vanaf de dag (te rekenen vanaf 00:00 uur) waarop de faillietverklaring wordt uitgesproken. Dit is een uitwerking van het fixatiebeginsel. Naast het verlies van de beheers- en beschikkingsbevoegdheid van de schuldenaar behelst het beginsel dat de rechtspositie van alle bij de boedel betrokkenen door het intreden van het faillissement onveranderlijk wordt. Artikel 20 Faillissementswet bepaalt dat het faillissement het gehele vermogen van de schuldenaar ten tijde van de faillietverklaring omvat, alsmede hetgeen hij gedurende het faillissement verwerft. Ook dit wetsartikel geeft uitdrukking aan het fixatiebeginsel.

Wanneer kan een girale betaling van na datum faillissement teruggevorderd worden?

In het arrest JPR/Gunning q.q. uit 2015 heeft de Hoge Raad inzake girale betalingen geoordeeld dat de curator steeds het betaalde kan terugvorderen waarmee pas na het intreden van de faillissementstoestand de rekening van de schuldeiser is gecrediteerd.

De curator stelt in de besproken casus op grond van artikel 23 Faillissementswet dat BB vanaf de faillietverklaring niet langer rechtshandelingen kon verrichten die haar vermogen raken. Daarom is volgens de curator de betaling aan de schuldeiser onverschuldigd verricht en dient de schuldeiser terug te betalen.

Procesverloop inzake terugvordering door curator van girale betaling

De kantonrechter wijst de vordering van de curator af. In hoger beroep krijgt de curator wel gelijk. Het Hof verwees naar het JPR/Gunning q.q. arrest van de Hoge Raad en merkte op dat daarin niet te lezen is dat de bevoegdheid van de curator om bedragen terug te vorderen is beperkt tot girale betalingen ten laste van het creditsaldo op een bankrekening. Een dergelijke beperking zou volgens het Hof ook in strijd zijn met het fixatiebeginsel, dat ertoe strekt dat de rechtspositie van een schuldeiser na het intreden van het faillissement niet meer te zijnen gunste (wat betreft hoogte en voorrang van de vordering) mag worden gewijzigd. Bij de Hoge Raad krijgt toch de schuldeiser weer gelijk: het arrest van het Hof wordt vernietigd en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.

Waarom kan de betaling van na datum faillissement niet teruggevorderd worden?

Het oordeel van de Hoge Raad lijkt verrassend: als een betaling van een gefailleerde wordt ontvangen, waarom hoeft er dan niet terugbetaald te worden aan de curator? Dit heeft te maken met artikel 24 Faillissementswet, waarin is bepaald:

Voor de verbintenissen van de schuldenaar, na de faillietverklaring ontstaan, is de boedel niet aansprakelijk dan voorzover deze ten gevolge daarvan is gebaat.

Bij het uitvoeren van een girale betaling via een bankrekening leidt dit tot een lager saldo op dezelfde bankrekening. Als er al sprake was van een negatief saldo wordt het negatieve saldo nog lager.

Geen verplichting tot terugbetaling als de betaling niet leidt tot een vermindering boedelactief of vermeerdering boedelpassief

De Hoge Raad overweegt dat de betaling in het voorliggende geval niet heeft geleid tot een vermindering van het actief van de boedel, omdat de bankrekening al bij het intreden van het faillissement een debetsaldo vertoonde. Evenmin heeft die betaling geresulteerd in een vermeerdering van het passief van de boedel, aldus de Hoge Raad. De schuld aan de bank is door de betaling aan de schuldeiser weliswaar toegenomen, maar ingevolge artikel 24 Faillissementswet is de boedel daar niet voor aansprakelijk. De boedel is door de betaling immers niet gebaat. Dat de boedel niet aansprakelijk is betekent dat de bank geen vordering in het faillissement zal kunnen indienen ter vergoeding van het naar de schuldeiser overgemaakte bedrag.

Het fixatiebeginsel en artikel 23 Faillissementswet bieden dus geen grondslag voor toewijzing van de vordering van de curator.

Het beginsel van paritas creditorum in het faillissementsrecht

Het beginsel van paritas creditorum behelst dat schudeisers met een gelijke rang op een gelijke manier behandeld dienen te worden bij voldoening van hun vorderingen uit de opbrengst van goederen van de schuldenaar. Volgens de curator van BB is er sprake van doorbreking van dit beginsel, omdat de ene schuldeiser wel betaald krijgt en de andere schuldeisers niet.

Ook een beroep op dit beginsel kan de curator niet baten. De Hoge Raad overweegt dat de betaling niet heeft plaatsgevonden uit een actief van de boedel en dat er daardoor ook geen aanspraak op de boedel is ontstaan.  Van een ontoelaatbare doorbreking van de paritas creditorum is volgens de Hoge Raad dan ook geen sprake.

Zou de uitkomst anders zijn geweest als het saldo op bankrekening positief was?

De uitkomst zou voor de curator anders zijn geweest als de betaling wel ten laste was gekomen van een positief saldo op de bankrekening. In dat geval zou er immers wel een actief van de boedel verminderd zijn.

Op zoek naar advocaat faillissementsrecht in Rotterdam?

Indien u juridische bijstand nodig heeft bij geschillen met een faillissementscurator of advies wenst in te winnen op het gebied van faillissementsrecht, dan kunt u contact opnemen met Peter de Graaf. Wij vertellen u graag meer over het fixatiebeginsel, het beginsel van paritas creditorum en de regeling omtrent het terugvorderen van girale betalingen door een faillissementscurator.

Het besproken arrest is hier te vinden.