< terug naar overzicht

Op 19 juni jl. heeft de Hoge Raad een arrest gewezen waarin is bepaald dat een vordering jegens de gemeente wegens het niet nakomen van een toezegging niet afstuit op de formele rechtskracht. Het ging daarbij om het volgende.

Het college van B&W had aan de eigenaar van een dienstwoning toegezegd dat deze woning de bestemming ‘woondoeleinden’ zou krijgen in het ontwerpbestemmingsplan ‘Landelijk Gebied 1989’. Het college is vervolgens vergeten dit te doen. De daaropvolgende vrijstellingsprocedure mocht niet baten, omdat Gedeputeerde Staten weigerden een verklaring van geen bezwaar af te geven, welke weigering na bezwaar en beroep in stand bleef. De eigenaar van de woning heeft van de gemeente in de onderhavige procedure schadevergoeding gevorderd wegens het niet nakomen van de toezegging.

De rechtbank en het Hof hebben de vordering afgewezen. Het Hof heeft daarbij – onder meer – overwogen dat nu eiser tegen het (ontwerp)bestemmingsplan geen bezwaren heeft aangevoerd of beroep heeft ingesteld, het besluit tot vaststelling daarvan geacht moet worden naar zijn inhoud en wijze van totstandkoming jegens hem rechtmatig te zijn. Het Hof geeft hiermee toepassing aan de leer van de formele rechtskracht.

De Hoge Raad heeft het arrest van het Hof vernietigd, door doorslaggevende betekening toe te kennen aan de grondslag van de vordering tot schadevergoeding. De Hoge Raad stelt vast dat deze grondslag enkel de niet-nakoming van de toezegging van het college van B&W betreft en niet, zoals het Hof tot uitgangspunt had genomen, dat het uiteindelijke bestemmingsplan onrechtmatig is jegens eiser. Door de niet-nakoming werd aan eiser de kans ontnomen dat de dienstwoning in het vast te stellen bestemmingsplan de bestemming ‘woondoeleinden’ zou krijgen. Voor de beoordeling van de vordering tot schadevergoeding is geen beslissing over de rechtmatigheid van het bestemmingsplan vereist. De juiste formulering van de grondslag van de vordering maakt dat de leer van de formele rechtskracht in dit geval toepassing mist en dat aansprakelijkheid kan worden aangenomen en schadevergoeding kan worden toegewezen.

De Hoge Raad heeft ten aanzien daarvan, anders dan het Hof, geoordeeld dat er sprake is van causaal verband tussen de niet-nakoming en de gemiste kans. Er bestond immers een kans dat, indien het college de toezegging was nagekomen, de gemeenteraad en Gedeputeerde Staten wel hun medewerking zouden hebben verleend aan de bestemmingswijziging. De grootte van die kans zal, voor de schadeberekening, moeten worden vastgesteld, zo nodig bij wijze van schatting. 

Hebt u vragen over dit onderwerp, dan kunt u contact opnemen met ons kantoor op nummer 010-209 2777 of per e-mail info@lvh-advocaten.nl.

Categories: berichten, nieuws