< terug naar overzicht

Het recht is voor de waakzamen geschreven, zo luidt een aloud gezegde. Dat geldt ook zeker voor het aanbestedingsrecht. Bedrijven die meedingen naar een overheidsopdracht en daarvoor deelnemen in een aanbestedingsprocedure, moeten de termijnen goed in de gaten houden. Indien de aanbestedende overheidsinstantie besluit een opdracht aan een concurrent te gunnen, heeft de verliezende bieder een korte termijn om het besluit aan te vechten bij de rechter. Deze termijn, ook wel de ’alcatel-termijn’ genoemd, wordt door de overheid vrijwel altijd op 15 dagen gesteld. Daarbij hanteert de overheid veelal een standaardzin die inhoudt dat de verliezer “zich binnen 15 dagen tot de rechter kan wenden, bij gebreke waarvan zijn recht daartoe zal vervallen”. Wacht de verliezer te lang, dan is zijn kans in het normale geval verkeken en zal hij zich moeten neerleggen bij de gunning aan zijn concurrent.

In incidentele gevallen ligt dat anders. Soms vergeet de aanbestedende overheid namelijk te vermelden wat de gevolgen zijn van een termijnoverschrijding. Dat vergat ook het Service Centrum Drechtsteden, een verband tussen enkele gemeenten in de provincie Zuid-Holland. Deze instantie had een opdracht aanbesteed voor het verzorgen van vervoer van scholieren. Hierbij had zij de biedende vervoersbedrijven het volgende medegedeeld: “Indien een afgewezen Inschrijver het niet eens is met het gunningsvoornemen, dan dient u binnen 15 dagen na verzending van de gunningsbeslissing een voorlopige voorziening bij de burgerlijke rechter te vragen”.

Na ommekomst van de termijn werd de instantie voor de rechter gedaagd door een van de verliezers. De instantie betoogde dat de verliezer te lang had stilgezeten, waarmee hij zijn kans zou hebben verspeeld. De rechtbank Dordrecht ging daar niet in mee: de instantie had niet voldoende duidelijk gemaakt dat termijnoverschrijding zou leiden tot verval van de mogelijkheid de rechter aan te zoeken. Zodoende nam de rechter het beroep van de verliezer toch in behandeling.

Een meevaller voor het onoplettende vervoersbedrijf, met dank aan de ongelukkige taalkeus van de overheid. Al met al verdient de openingszin van dit artikel dus enige nuancering. Het recht is niet alleen het bezit van de waakzamen, maar toch ook zeker van de haarklovers onder ons.

Informatie

Hebt u vragen over dit onderwerp, dan kunt u contact opnemen met Daniël van Genderen.