< terug naar overzicht

Het faillissement van een schuldenaar wordt uitgesproken indien summierlijk is gebleken van feiten of omstandigheden die aantonen dat hij verkeert in de toestand dat hij heeft op­ge­houden te betalen. Bij de faillissementsaanvraag moet het vor­derings­­recht van de aanvrager genoegzaam blijken en moet bovendien de aanvraag vergezeld gaan van ten min­ste één steunvordering: de pluraliteit van schuldeisers.

In hoger beroep moet de appelrechter het vereiste van pluraliteit van schuldeisers toetsen op grond van de omstandigheden zoals die zowel in eerste aanleg als ook in de appel­proce­dure zijn gebleken.

In een recente uitspraak van de Hoge Raad had de schuldenaar hoger beroep ingesteld tegen de faillietverklaring zoals uitgesproken in eerste aanleg. Het primaire verweer van de schulde­naar was dat de vereiste pluraliteit van schuldeisers in hoger beroep niet meer aan­wezig was, omdat de steunvorderingen op dat moment door derden volledig waren betaald of deels zijn kwijtgescholden na gedeeltelijke betaling. Het hof komt echter toch tot de con­clusie dat er sprake is van een toestand waarin de schuldenaar heeft opgehouden te be­talen. Het hof overweegt als volgt:

3.5.6. [[verzoekster]] stelt dat de steunvorderingen, voor zover erkend, deels volledig zijn betaald en deels gedeeltelijk zijn betaald en voor het overige zijn kwijtgescholden, zodat er geen sprake (meer) is van steunvorderingen.

Het hof kan niet meegaan in deze redenering. Het in een faillissementssituatie betalen van steunvorderingen, al dan niet door derden, terwijl de vordering van de aanvrager van het faillissement onbetaald blijft en/of geen zekerheid is gesteld voor deze vordering, is een doorbreking van de paritas creditorum. Het doorbreken van de paritas creditorum is ontoelaatbaar en een schending van de rechten van de schuldeisers wier vorderingen onbetaald blijven. De handelwijze van [[verzoekster]] is dus niet toelaatbaar.

In cassatie vernietigt de Hoge Raad echter de beschikking van het hof en hij overweegt dat het derden in beginsel vrij staat hangende een procedure tot faillietverklaring steunvorde-ringen te voldoen. Dat levert geen doorbreking van de paritas creditorum op, ook niet indien de vordering van de aanvrager van het faillissement onbetaald blijft of daarvoor geen zeker­heid wordt gesteld. Volgens deze uitspraak van de Hoge Raad is het dus wel degelijk moge­lijk om succesvol in hoger beroep op te komen tegen een faillietverklaring in eerste aanleg, indien de steunvorderingen op bovengenoemde wijze getackeld worden.

Informatie

Hebt u vragen over dit onderwerp, dan kunt u contact opnemen met ons kantoor op nummer 010 – 209 27 77 of via info@lvh-advocaten.nl.

Categories: berichten, nieuws