< terug naar overzicht

Het komt in de praktijk nog verrassend vaak voor dat jaarrekeningen niet of niet tijdig gedeponeerd worden. Ongeveer één op de drie ondernemers deponeert niet of te laat.

 

Niet deponeren jaarrekening strafbaar

Naast het feit dat bestuurders hierdoor risico lopen om bij faillissement door de curator aansprakelijk gesteld te worden op grond van onbehoorlijk bestuur is het niet of te laat deponeren een economisch delict. Dat is bepaald in de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de Economische Delicten. Het strafbare feit wordt gepleegd door de rechtspersoon. Echter, ook tegen een persoon die opdracht heeft gegeven tot het plegen van het strafbare feit kan strafvervolging worden ingesteld. Dat kan een bestuurder of een feitelijk leidinggevende zijn.

 

Termijn deponering jaarrekening

Art. 2:394 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de rechtspersoon verplicht is om binnen 8 dagen na vaststelling van de jaarrekening openbaar te maken door middel van deponering bij het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Voor boekjaren die zijn aangevangen op of na 1 januari 2016 geldt dat de jaarrekening uiterlijk binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar gedeponeerd moet zijn. Voor boekjaren die voor 1 januari 2016 aanvingen gold nog een termijn van 13 maanden.

 

Recente uitspraak Gerechtshof Amsterdam met strafoplegging

In een relatief gering aantal gevallen wordt vanwege het niet of te laat deponeren van een jaarrekening daadwerkelijk tot strafvervolging overgegaan. In een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 7 juni 2017 is een rechtspersoon evenwel veroordeeld tot betaling van een boete van € 900,-, waarvan de helft voorwaardelijk. De wet biedt de mogelijkheid om een veel hogere straf op te leggen, namelijk van € 20.500,-.

 

Deponeer tijdig

Vanwege de vervelende gevolgen van het niet of te laat deponeren van jaarrekeningen drukken wij ondernemers op het hart om alert te zijn op tijdige deponering.

 

Informatie

Wilt u nadere informatie over dit onderwerp, dan kunt u contact opnemen met Peter de Graaf.