< terug naar overzicht

De rescue vessels Lifeline en de Seefuchs worden door Duitse organisaties gebruikt voor het uit zee redden van vluchtelingen. Althans, dat beweren zij zelf. Volgens de Italiaanse autoriteiten is sprake van medeplichtigheid aan mensensmokkel. Zo zouden de vluchtelingen niet in gevaar zijn op het moment dat de vluchtelingen aan boord worden genomen en zou worden samengewerkt met de mensensmokkelaars. Dit verschil van inzicht bestaat al lange tijd. Inmiddels wordt een nieuw hoofdstuk aan het geschil toegevoegd.

Rechten en plichten vlaggenstaat schip

Italië heeft niet langer zin om zelfstandig de kastanjes uit het vuur te halen. Omdat de schepen een Nederlandse vlag voeren verzocht Italië interventie van de Nederlandse staat. Op zich heeft de vlaggenstaat wel bepaalde verplichtingen. Artikel 94 van het Zeerechtverdrag bepaalt dat iedere staat doeltreffend zijn rechtsmacht en toezicht in administratieve, technische en sociale aangelegenheden uitoefent over schepen die zijn vlag voeren. Of de door Italië aangeroerde kwestie daartoe behoorde, is de vraag. Maar toen was sprake van een plotselinge plotwending.

De Nederlandse vertegenwoordiging bij de Europese Unie gaf aan dat de Lifeline en Seefuchs niet varen onder de Nederlandse vlag. “Deze schepen behoren toe aan een Duitse ngo en staan niet in de Nederlandse scheepsregisters”, luidde de duidelijke mededeling.

Dat is wat merkwaardig, want volgens foto’s en filmpjes voerden de schepen wel degelijk de Nederlandse vlag. Maar goed, wie het Nederlandse scheepsregister raadpleegt treft noch de Lifeline, noch de Seefuchs aan. De vraag is dus, zijn de schepen nu gerechtigd om de Nederlandse vlag te voeren, of niet?

Opereren de reddingsschepen onder valse vlag?

Artikel 91 van het Zeerechtverdrag regelt de nationaliteit van schepen. Iedere staat stelt de voorwaarden vast voor het verlenen van zijn nationaliteit aan schepen, voor de registratie van schepen op zijn grondgebied en voor het recht zijn vlag te voeren. Ook moet er een wezenlijke band bestaan tussen de staat en het schip.

Voor zover op dit moment na te gaan bestaat er geen enkele band tussen de Nederlandse staat en de schepen, zodat het erop lijkt dat ten onrechte de Nederlandse vlag gevoerd wordt. Zou dan sprake zijn van onder valse vlag opereren?

Op dit moment is dat giswerk. Maar ook hier biedt het verdrag uitkomst. In het verdrag is uitdrukkelijk rekening gehouden met de mogelijkheid dat schepen verschillende vlaggen voeren, of wellicht helemaal geen nationaliteit hebben. Een staat die een dergelijk vreemd schip aantreft hoeft dat onder voorwaarden niet zomaar de vrije doorvaart te verlenen.

Schip zonder nationaliteit

Italië mag de schepen aan een nader onderzoek te onderwerpen. Daarmee oefent Italië het recht uit van artikel 110 van het Zeerechtverdrag, waarin het recht van onderzoek is geregeld. Dat kan onder meer als er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat een schip geen nationaliteit heeft. Nu de schepen de Nederlandse vlag voeren en de Nederlandse autoriteiten mededelen dat zij niet de Nederlandse nationaliteit hebben, lijkt er inderdaad voldoende aanleiding te bestaan om een dergelijk onderzoek in te stellen.

Hoe gaat zo’n onderzoek in zijn werk? Volgens het verdrag mag Italië een boot naar het verdachte schip zenden onder bevel van een officier. Indien er na het onderzoek van de scheepspapieren verdenking blijft bestaan, kan het overgaan tot een nader onderzoek aan boord van het schip, welk onderzoek dient te geschieden zonder onnodige overlast te veroorzaken. Ook zaken als achtervolging en aanhouding zijn in het Zeerechtverdrag geregeld. Kortom, een schip dat een valse vlag voert, komt daar niet eenvoudig mee weg, wanneer het de aandacht heeft getrokken. Dat geldt ook in volle zee.

Het onderzoek is aangekondigd en gaat er ongetwijfeld komen. Mission Lifeline heeft eerder aangegeven zich aan alle internationale regels te houden. Dat moet dus worden uitgezocht. Maar mocht Mission Lifeline gelijk hebben, dan biedt het verdrag ook daarvoor een oplossing. Indien de verdenkingen ongegrond blijken te zijn en indien het aangehouden schip niets heeft gedaan om die verdenkingen te rechtvaardigen, wordt het schadeloos gesteld voor ieder verlies of iedere schade daardoor eventueel geleden, aldus artikel 110 lid 3 van het Zeerechtverdrag.

Informatie

Hebt u vragen over dit onderwerp, dan kunt u contact opnemen met ons kantoor op telefoonnummer 010 – 209 27 77 of per e-mail info@lvh-advocaten.nl.