Wij maken gebruik van cookies

Onze website maakt gebruik van cookies van derden om onze diensten en producten te kunnen analyseren en verbeteren. U kunt instemmen of u deze cookies wilt accepteren. Lees meer.

Afbeelding

Nieuws

Bestuurdersaansprakelijkheid jegens derden: de beklamel-norm

maandag 6 april 2020

De coronacrisis kan moeilijkheden meebrengen voor uw onderneming. Wellicht kan zij niet al haar afnemers van producten voorzien, niet al haar leveranciers tijdig betalen of anderszins niet meer voldoen aan de verplichtingen jegens haar contractspartijen en andere derden. Het kan zijn dat u zich als bestuurder van zo’n onderneming afvraagt welke overeenkomsten u nog aan kunt gaan en welke risico’s u nog kunt nemen met het oog op de continuïteit van de door u bestuurde vennootschap.

Bij dit alles kan dan nog komen de vraag of de beslissing die u neemt consequenties kan hebben voor uw privé situatie. Kan een situatie ontstaan dat u in persoon aansprakelijk wordt gesteld voor schulden van de vennootschap?

Als bestuurder van een rechtspersoon bent u in principe beschermd tegen aansprakelijkheid voor de schulden die de vennootschap jegens een contractspartij of andere derden heeft. Deze bescherming is echter niet absoluut. In enkele gevallen kan de aansprakelijkheid van de vennootschap naar u als bestuurder worden overgeheveld, zodat u persoonlijk aansprakelijk bent.

Bestuurdersaansprakelijkheid jegens derden

Als bestuurder kunt u aansprakelijk worden gesteld door de vennootschap zelf, door de curator in de failliete boedel van de vennootschap, maar ook door schuldeisers van de vennootschap. In dit artikel wordt ingegaan op die derde vorm van bestuurdersaansprakelijkheid.

Wat is de Beklamel-norm?

Voor bestuurdersaansprakelijkheid is in beginsel altijd noodzakelijk dat de bestuurder zelf een persoonlijk ernstig verwijt valt te maken. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat sprake kan zijn van een zodanig persoonlijk ernstig verwijt indien de bestuurder door een schuldeiser wordt verweten dat hij in naam van de vennootschap verplichtingen jegens de schuldeiser is aangegaan terwijl hij wist of behoorde te weten dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen én geen verhaal zou bieden voor de ten gevolge daarvan door de schuldeiser te lijden schade. De Beklamel-norm is deze door de Hoge Raad geformuleerde norm voor het aannemen van een persoonlijk ernstig verwijt, op grond waarvan bestuurdersaansprakelijkheid kan worden vastgesteld.

De beklamel-norm toegepast

Als bestuurder is het dus belangrijk dat u namens de vennootschap niet zulke verplichtingen aangaat. Het valt te begrijpen dat dit, zeker in een tijd als deze, een bestuurder zorgen kan baren. Mag u als bestuurder nog wel risicovolle beslissingen nemen? Wanneer weet u of hoort u te weten dat de onderneming de verplichtingen die u aan gaat niet meer zal kunnen nakomen? In sommige gevallen moeten moeilijke beslissingen gemaakt worden, maar als dit kan leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid wordt u daar als bestuurder wellicht van weerhouden. Onderstaand volgen daarom enkele voorbeelden van de toepassing van de Beklamel-norm in de juridische praktijk. Bedoeling is te laten zien hoe de Beklamel norm in de praktijk wordt toegepast zodat de wat cryptische omschrijving van de Hoge Raad wat meer tastbaar wordt.

1. Uitzichtloze situatie en onvoldoende continuïteitsperspectief bij bestuurdersaansprakelijkheid

In de zaak van een vennootschap die, duidelijk voor de bestuurder, in zwaar weer verkeerde en die nieuwe bestellingen plaatste terwijl ondertussen oudere facturen onbetaald werden gelaten, oordeelde de rechter dat hier nog niet voldaan was aan de Beklamel-norm. Er viel de bestuurder geen persoonlijk ernstig verwijt te maken. De rechter oordeelde dat voor persoonlijke aansprakelijkheid nodig is dat de vennootschap zich ten tijde van het aangaan van de verplichting in een uitzichtloze situatie bevindt en daadwerkelijk onvoldoende continuïteitsperspectief heeft. 

Het laatstgenoemde criterium werd ook gebruikt in een uitspraak uit 2006, waarbij de rechter bepaalde dat de omstandigheid dat de vennootschap namens wie de verplichting werd aangegaan een negatief eigen vermogen had en ook de met deze vennootschap verbonden moeder- en dochtermaatschappijen een negatief eigen vermogen hadden, nog niet betekent dat sprake is van een uitzichtloze situatie en onvoldoende continuïteitsperspectief. Daarvoor waren aanvullende omstandigheden vereist, die hier ontbraken. De bestuurder viel geen persoonlijk ernstig verwijt te maken.

2. Beklamel-norm en persoonlijk ernstig verwijt

Een uitspraak uit oktober 2019 betrof een zaak omtrent bestuurders die al betrokken waren geweest bij meerdere faillissementen. Zij maakten steeds gebruik van meerdere onderling verbonden vennootschappen die op het eerste gezicht op elkaar leken, waarbij de ene vennootschap gebruikt werd om opdrachten binnen te halen en geldbedragen te incasseren terwijl de verplichtingen werden aangegaan door een andere vennootschap en vervolgens niet nagekomen. In deze situatie oordeelde de rechter logischerwijs wel dat de bestuurders een persoonlijk ernstig verwijt viel te maken en zij persoonlijk aansprakelijk waren voor de schulden van de vennootschap.

3. Beklamel-norm en verplichtingen jegens schuldeisers

In 2008 oordeelde de rechtbank dat het feit dat de liquiditeitspositie van de desbetreffende vennootschap penibel was en de fiscus bodembeslag had gelegd, nog niet hoeft te betekenen dat de bestuurder behoort te weten dat de vennootschap de verplichtingen die zij is aangegaan niet, althans niet binnen een redelijke termijn, zal kunnen nakomen. Echter, op het moment waarop de vennootschap de regeling met de fiscus niet meer nakwam, moest deze vennootschap (en tevens haar bestuurder) er van uit gaan dat de fiscus tot executoriale verkoop van de door het bodembeslag getroffen zaken zou overgaan en dat zij dientengevolge haar bedrijfsvoering zou moeten staken. Vanaf dat moment, oordeelt de rechtbank, behoorde de bestuurder redelijkerwijs wel te weten dat de vennootschap verplichtingen jegens haar schuldeisers die na die datum werden aangegaan niet meer zou kunnen nakomen. De bestuurder was persoonlijk aansprakelijk voor de schade die door de betreffende schuldeisers werd geleden.

Nemen van ondernemersrisico leidt niet tot persoonlijke aansprakelijkheid

De tekst van de Beklamel-norm is scherper dan de toepassing daarvan in de praktijk. Bovendien is het lang niet altijd zo dat waar rook is, ook vuur is. Althans, dat is voor schuldeisers lastig te bewijzen. Als bestuurder behoeft u daarom in beginsel niet bang te zijn dat het nemen van een – zelfs niet verwaarloosbaar – ondernemersrisico kan leiden tot uw persoonlijke aansprakelijkheid. Volgens de rechtspraak is terughoudendheid vereist bij het oordeel of de bestuurder wist of behoorde te weten dat de vennootschap de aangegane verplichtingen niet na zou kunnen komen. De enkele wetenschap van een risico is niet voldoende voor bestuurdersaansprakelijkheid. Maar wanneer de bestuurder ten tijde van het aangaan van de verplichtingen wist of behoorde te weten dat het risico verkeerd uit zou pakken en de onderneming geen verhaal zou kunnen bieden voor de daardoor geleden schade, valt hem een persoonlijk ernstig verwijt te maken. De bestuurder had dan de beslissing niet mogen nemen en geen verplichtingen aan mogen gaan. Verkeert een vennootschap in een kritieke fase dan is de scheidslijn dun en is het verstandig u juridisch te laten adviseren over de vraag of u een bepaalde overeenkomst nog wel moet sluiten en in hoeverre risico’s ontstaan op een aansprakelijkheid in prive.

Informatie

Heeft u vragen over uw bestuurdersaansprakelijkheid of uw risico als ondernemer? Neemt u dan gerust contact op met Justin de Vries voor verder advies.

Voor meer corona gerelateerde informatie kunt u terecht bij onze helpdesk.

Justin de Vries

onderneming en aandeelhouders, faillissementen en herstructurering

+31 (0)10 209 27 52
LinkedIn
Download vCard
Stuur een e-mail
Yvonne Jansen

huur (contract en ontruiming), onderneming en aandeelhouders

+31 (0)10 209 27 75 jansen@lvh-advocaten.nl
Rob Steenhoek

insolventierecht, ondernemingsrecht

+31 (0)10 209 27 52 steenhoek@lvh-advocaten.nl
Justin de Vries

onderneming en aandeelhouders, faillissementen en herstructurering

+31 (0)10 209 27 52 devries@lvh-advocaten.nl
Madelon van Breemen

internationaal contracteren

+31 (0)10 209 27 65 vanbreemen@lvh-advocaten.nl

Meer advocaten >
Zoek in artikelen
Bouwe Bos

procesvoering

+31 (0)10 209 27 63 bos@lvh-advocaten.nl
Madelon van Breemen

internationaal contracteren

+31 (0)10 209 27 65 vanbreemen@lvh-advocaten.nl
Daniël van Genderen

procesvoering, aanbestedingen, onderneming en overheid

+31(0)10 209 27 45 vangenderen@lvh-advocaten.nl
Peter de Graaf

faillissementen en herstructurering

+31 (0)10 209 27 52 degraaf@lvh-advocaten.nl
Yvonne Jansen

huur (contract en ontruiming), onderneming en aandeelhouders

+31 (0)10 209 27 75 jansen@lvh-advocaten.nl
David Harreman

onderneming en overheid, onderneming en aandeelhouders, nationaal en Internationaal Belastingrecht

+31 (0)10 209 27 77 harreman@lvh-advocaten.nl
Lisa Kloot

arbeidsrecht en medezeggenschap

+31(0)10 209 27 61 kloot@lvh-advocaten.nl
Ben van Nieuwaal

onderneming en overheid

+31 (0)10 209 27 45 vannieuwaal@lvh-advocaten.nl
Michelle Reevers

luchtvaart, commerciële contracten, onderneming en aandeelhouders

+31 (0)10 209 27 75 reevers@lvh-advocaten.nl
Hans Rijntjes

procesvoering, huur (contract en ontruiming), incasso, onderneming en aandeelhouders

+31 (0)10 209 27 55 rijntjes@lvh-advocaten.nl
Rob Steenhoek

insolventierecht, ondernemingsrecht

+31 (0)10 209 27 52 steenhoek@lvh-advocaten.nl
Peter Verheijden

commerciële samenwerkingen, 
overnames en arbeidsrecht

+31 (0)10 209 27 75 verheijden@lvh-advocaten.nl
Justin de Vries

onderneming en aandeelhouders, faillissementen en herstructurering

+31 (0)10 209 27 52 devries@lvh-advocaten.nl
Jacolien Verwijs

Juridisch medewerker

+31 (0)10 209 77 77 Verwijs@lvh-advocaten.nl