Bedrijven in financiële moeilijkheden
Doorstart na faillissement
Een faillissement hoeft niet altijd het einde van alle bedrijfsactiviteiten te betekenen. Soms ontstaat juist ruimte voor een doorstart. Bijvoorbeeld omdat waardevolle onderdelen van de onderneming kunnen worden voortgezet, klanten behouden blijven of bedrijfsmiddelen, personeel of knowhow opnieuw kunnen worden ingezet.
Een doorstart kan interessant zijn voor derden die activiteiten willen overnemen, maar ook voor het management of aandeelhouders van de failliete onderneming. In alle gevallen is snelheid belangrijk. Tegelijk moet zorgvuldig worden gekeken naar wat precies wordt overgenomen, welke verplichtingen achterblijven en welke risico’s aan de transactie verbonden zijn.
Bieden op onderdelen van de onderneming
Bij een faillissement met enige omvang organiseert de curator vaak een biedingsprocedure. Geïnteresseerde partijen krijgen dan onder geheimhouding informatie over de onderneming, zoals de activiteiten, activa, klanten, personeel en mogelijkheden voor voortzetting. Op basis daarvan kunnen zij bepalen of een bod zinvol is en onder welke voorwaarden.
Een bod goed voorbereiden
Wie wil meedoen aan een biedingsprocedure moet snel kunnen schakelen, maar ook scherp blijven. Is de informatie van de curator voldoende? Welke bedrijfsmiddelen, contracten of activiteiten vallen onder het bod? Wordt personeel overgenomen? En welke voorwaarden maken het bod aantrekkelijk én verantwoord?
De curator vergelijkt de biedingen en kijkt daarbij meestal vooral naar het belang van de schuldeisers. Vaak speelt de hoogte van het bod een grote rol, maar ook andere omstandigheden kunnen meewegen, zoals snelheid, zekerheid van betaling, behoud van werkgelegenheid of de kans dat activiteiten succesvol worden voortgezet. Daarom is het belangrijk dat een bod niet alleen financieel klopt, maar ook duidelijk en overtuigend is opgebouwd.
Begeleiding bij een doorstart
LVH Advocaten begeleidt ondernemers bij doorstarttransacties na faillissement. We beoordelen de informatie, denken mee over de biedingsstrategie en helpen bij de onderhandelingen met de curator. Omdat meerdere advocaten van ons kantoor ook als curator optreden, kennen wij het speelveld van beide kanten. Dat helpt om kansen, risico’s en verwachtingen realistisch in te schatten.
Overweegt u een doorstart na faillissement of wilt u meedoen aan een biedingsprocedure? Neem gerust contact op. We helpen u snel bepalen wat mogelijk is en hoe u uw bod juridisch en praktisch goed voorbereidt.
Meer over Bedrijven in financiële moeilijkheden:
klik verder als u meer wilt weten hoe wij u kunnen adviseren over de volgende gebieden/onderwerpen:
GESPECIALISEERDE ADVOCATEN
Dit zijn onze advocaten die gespecialiseerd zijn op dit gebied.
Meer over faillissementen
De positie van de MKB ondernemer als schuldeiser bij een WHOA akkoord
Op 1 januari 2021 is de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) in werking getreden. Met deze wet is een nieuw herstructureringsinstrument geïntroduceerd. Het doel hiervan is om te voorkomen dat bedrijven failliet worden verklaard terwijl zij nog (deels) levensvatbaar zijn. In de wettelijke regeling is een minimumbescherming voor (kleinere) MKB’ers opgenomen. Dit wordt ook wel de 20% regel genoemd. In dit artikel geef ik en toelichting op de positie van de MKB’er als schuldeiser bij een WHOA akkoord.
Kan een girale betaling van na datum faillissement teruggevorderd worden?
Onlangs heeft de Hoge Raad een interessant arrest gewezen waarin twee belangrijke beginselen uit het faillissementsrecht, namelijk het fixatiebeginsel en het beginsel van paritas creditorum, een rol spelen. De zaak ging over een situatie waarin na datum faillissement een girale betaling vanaf de bankrekening van de gefailleerde heeft plaatsgevonden aan een schuldeiser. De vraag die centraal stond was of de curator de betaling kon terugvorderen van de schuldeiser. In dit artikel worden de casus, de relevante beginselen en het oordeel van de Hoge Raad besproken.
Toezicht op de (thuis)werkplek: wat mag een werkgever?
Eerder schreven wij al een artikel over de regels voor cameratoezicht op de werkplek. De behoefte aan controle bij werkgever overstijgt – mede gezien de coronapandemie – het enkel controleren van de werkplek met camera’s. Werkgevers hebben ook behoefte aan controleren van het surfgedrag van werknemers, alsook de e-mails die zij versturen. En uiteraard willen zij voorkomen dat werknemers onder werktijd op de thuiswerkplek urenlang internetshoppen en tv kijken. Maar is het controleren daarvan niet een inbreuk op de privacy van de werknemer, zeker op de thuiswerkplek?


