< terug naar overzicht

Een belangrijk onderwerp in de luchtvaart is de reductie van CO2-emmissie. Vliegtuigen verbranden kerosine en stoten daardoor CO2 uit. Onlangs heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag een vonnis gewezen in het kader van de CO2-reductie door de Nederlandse luchtvaartmaatschappij KLM en de staatssteun die KLM ontving vanwege de coronapandemie. Welke voorwaarden voor CO2-reductie kunnen er aan die staatsteun worden gehangen?

 

Vordering CO2-reductie luchtvaart door Greenpeace

Greenpeace heeft bij de rechtbank een vordering ingesteld tot het verbinden van strengere klimaatvoorwaarden aan de aan KLM verstrekte staatssteun. De staatssteun is door Nederland verstrekt om ook na de coronapandemie het voortbestaan van KLM te garanderen gezien het belang voor de Nederlandse economie. Aan deze steun zijn voorwaarden verbonden op het gebied van duurzaamheid en leefbaarheid die in overeenstemming zijn met de klimaatdoelstellingen die gelden voor de internationale luchtvaart.

 

Afwijzing vordering tot strengere klimaatvoorwaarden bij staatssteun KLM

De voorzieningenrechter heeft de vordering van Greenpeace afgewezen. Greenpeace wenst een emissiereductie die verder gaat dan de internationale afspraken en doelstellingen. Anders dan Greenpeace stelt, volgt er volgens de voorzieningenrechter uit de VN-klimaatverdragen, het EVRM en arrest van de Hoge Raad in de Urgenda-zaak geen plicht voor de staat om meer te doen om de uitstoot van CO2 door KLM terug te dringen.

Uitstoot broeikasgassen als gevolg van internationale luchtvaart

De VN-klimaatverdragen hebben volgens de voorzieningenrechter geen betrekking op de uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de internationale luchtvaart. Nu de uitstoot van KLM bijna volledig komt door uitgevoerde internationale vluchten, heeft de staat geen plicht om in te grijpen. De verantwoordelijkheid voor de vermindering van die CO2-uitstoot ligt – op grond van onder meer het Kyoto Protocol – bij de International Civil Aviation Organisation (ICAO, de VN-organisatie voor de burgerluchtvaart). Voorts overweegt de voorzieningenrechter dat de vermindering in CO2-uitstoot die Greenpeace verlangt, verder gaat dan de afspraken die op internationaal niveau zijn gemaakt.

In het voornoemde Urgenda-arrest is geoordeeld dat de staat de uitstoot van broeikasgassen moet verminderen op grond van het VN-klimaatverdrag en de plicht van de staat om burgers te beschermen. Echter, het beroep van Greenpeace op dit arrest slaagt niet omdat dat arrest alleen ziet op de uitstoot van broeikasgassen in Nederland. De CO2 uitstoot van KLM ziet zoals benoemd op internationale vluchten.

Ook met het oog op het feit dat de voorzieningenrechter de staat slechts terughoudend mag beoordelen (marginale toetsing) en het feit dat de staat reeds voorwaarden heeft verbonden aan de steun, maakt dat de vordering van Greenpeace is afgewezen.

 

Ben u op zoek naar een Nederlandse advocaat Luchtvaartrecht?

Voor juridische vragen op het gebied van luchtvaart kunt u contact opnemen met LVH Advocaten. Zij adviseren u graag over allerlei luchtvaartrecht gerelateerde kwesties.

 

Samenwerking LVH en AeroDelft – Aandacht voor CO2 reductie

Voorgaande uitspraak neemt niet weg dat er binnen de luchtvaartsector voldoende aandacht is voor het verminderen van CO2 uitstoot. LVH Advocaten is sinds 2020 partner van AeroDelft, een stichting die zich inzet om de luchtvaart milieuvriendelijker te maken. Met Project Phoenix zijn studenten van de TU Delft binnen AeroDelft aan de slag gegaan met het bouwen van het eerste vliegtuig dat vliegt op vloeibare waterstof. Het doel is de CO2 uitstoot tijdens het vliegen daarmee geheel weg te nemen. Een vooruitstrevend initiatief dat LVH Advocaten graag ondersteunt.