De loongarantieregeling: doorbetaling van loon bij faillissement werkgever

In de Werkloosheidswet is een regeling opgenomen die werknemers recht geeft op een uitkering in het geval van betalingsproblemen van de werkgever. De regeling wordt ook wel de loongarantieregeling genoemd. Hierin is ook geregeld op welke uitkering een werknemer aanspraak kan maken in geval van faillissement van de werkgever. In dit artikel bespreek ik de belangrijkste bepalingen van de loongarantieregeling die gelden bij faillissement en ga ik in op een recent arrest van de Hoge Raad dat over dit onderwerp is gewezen.

Faillissement van de werkgever

Als een werkgever is gefailleerd, zal de faillissementscurator in beginsel zo spoedig mogelijk overgaan tot opzegging van de arbeidsovereenkomsten op grond van artikel 40 Faillissementswet. Hierbij geldt in elk geval dat de curator geen langere termijn dan zes weken hoeft te hanteren. De wet bepaalt dat het loon en de met de arbeidsovereenkomst samenhangende premieschulden boedelschulden zijn. Met boedelschulden worden de kosten van het faillissement bedoeld. Boedelschulden hebben een zeer hoge rang en van de curator mag worden verwacht dat hij deze niet onnodig zal laten ontstaan en oplopen.

De loongarantieregeling bij faillissement van de werkgever

Op grond van de artikelen 61 en 64 Werkloosheidswet neemt het UWV de loonbetalingsverplichting over van de gefailleerde werkgever. De periode waarover het loon onder de loongarantieregeling valt is beperkt. Wel onder de loongarantieregeling valt:

  • het loon over een periode van 13 weken voorafgaand aan de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de curator;
  • het loon over de opzegtermijn, met een maximum van zes weken;
  • het vakantiegeld, de vakantiebijslag en de bedragen, die de werkgever in verband met de dienstbetrekking met de werknemer aan derden verschuldigd is, over het jaar voorafgaande aan het einde van de opzegtermijn van zes weken (dit is enigszins vereenvoudigd weergegeven).

De bedragen zijn ook wettelijk gemaximeerd. De meeste mensen hebben echter een loon dat lager is dan de maximumbedragen.

Loonvorderingen die buiten de loongarantieregeling vallen

Uit het voorgaande blijkt dat niet alle denkbare vorderingen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst onder de loongarantieregeling vallen. Afhankelijk van de situatie heeft de werknemer dan op de boedel een boedelvordering, een preferente vordering op grond van artikel 3:288 aanhef en onder c t/m e BW (vordering met voorrecht) of een concurrente vordering (vordering zonder voorrecht) en of een combinatie hiervan.

Positie UWV bij loongarantieregeling

De vorderingen van de werknemer en derden op de werkgever gaan over op het UWV, voor zover deze vorderingen door het UWV worden voldaan. Hiermee verkrijgt het UWV dus rechtstreekse aanspraken op de gefailleerde werkgever.

Het kan gunstig zijn voor de boedel als er een doorstart plaatsvindt, waarbij de werknemers in dienst gaan bij de doorstarter. De doorstarter wordt de nieuwe werkgever en daardoor bespaart de gefailleerde werkgever loonkosten. Over een dergelijke situatie is onlangs een arrest door de Hoge Raad gewezen. Dat arrest wordt hierna kort besproken.

Arrest Hoge Raad over loongarantieregeling

De volgende feiten blijken uit het arrest. Een werkgever, die 84 personen in dienst heeft, failleert. De curator zegt enkele dagen later de arbeidsovereenkomsten op met inachtneming van een opzegtermijn van zes weken. Enkele dagen na de faillietverklaring wordt de onderneming going concern doorgestart. Hiermee wordt bedoeld dat de doorstarter de lopende bedrijfsactiviteiten van de gefailleerde overneemt. De doorstarter neemt hierbij activa over en neemt de werknemers in dienst onder dezelfde voorwaarden die zij voordien hadden bij de gefailleerde werkgever. Hierover wordt het UWV spoedig geïnformeerd door de curator. Het UWV gaat op grond van de loongarantieregeling over tot betalingen aan de werknemers. Deze betalingen hebben betrekking op de opzegtermijn van zes weken. Hiermee is een bedrag van € 353.067,- gemoeid. Vervolgens dient het UWV een boedelvordering voor dit bedrag in bij de curator. De curator betwist deze vordering. De curator meent dat de werknemers geen recht meer hadden op loon van de gefailleerde werkgever vanaf het moment dat zij in dienst zijn getreden bij de doorstarter.

Geen arbeid, geen loon?

De wettelijke regeling betreffende het recht op loon bij het niet verrichten van arbeid is gewijzigd op 1 januari 2020. De Hoge Raad merkt op dat in deze zaak, waarbij de feiten speelden in 2016, de oude regeling nog van toepassing is. Wel merkt de Hoge Raad op dat met het nieuwe artikel 7:628 lid 1 BW geen verandering van de risicoverdeling tussen de werkgever en werknemer is beoogd. De nieuwe regeling houdt in dat de werkgever verplicht is het naar tijdruimte vastgestelde loon te voldoen indien de werknemer de overeengekomen arbeid geheel of gedeeltelijk niet heeft verricht. Dit geldt niet indien het geheel of gedeeltelijk niet verrichten van de overeengekomen arbeid in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen. Het is sinds de wetswijziging dus geformuleerd als: geen arbeid, wel loon, tenzij…

Werknemer niet langer bereid arbeid te verrichten?

De Hoge Raad overweegt dat indien een werknemer na faillietverklaring van zijn werkgever bij een doorstart van diens onderneming of een deel daarvan tegen gelijke arbeidsvoorwaarden in dienst treedt van de verkrijger, de curator daaruit mag afleiden dat de werknemer niet langer bereid is arbeid bij de gefailleerde werkgever te verrichten. In zo’n geval behoort de oorzaak van het niet langer verrichten van de arbeid niet bij de gefailleerde te liggen. De werknemer heeft vanaf het moment van indiensttreding bij de verkrijger dus geen recht meer op loon. Het UWV was dus niet gehouden om op grond van de loongarantieregeling te betalen. De curator wordt zodoende in het gelijk gesteld.

Strategie werknemer bij betalingsproblemen werkgever

De loongarantieregeling is in dit artikel slechts beperkt besproken. Voor werknemers die in dienst zijn bij een werkgever die slecht in staat is om salarissen te voldoen is het van belang om spoedig in actie te komen, omdat anders de kans bestaat dat aanspraken op een uitkering onder de loongarantieregeling verloren gaan. Een strategie kan zijn om aangifte te doen bij het UWV en om daarnaast over te gaan tot het aanvragen van het faillissement van de werkgever.

Advocaten insolventierecht en arbeidsrecht Rotterdam

Bij LVH Advocaten zijn specialisten werkzaam op het gebied van arbeidsrecht en insolventierecht. Bij vragen over de loongarantieregeling, een faillissementsaanvraag en/of doorstart kunt u contact opnemen met Peter de Graaf.

Het besproken arrest is hier te vinden