Yvonne Hilderink

januari 17, 2026

Hoe werkt ontruimingsbescherming voor een huurder bij de huur van kantoorruimte (en overige bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW)?

Door |2025-02-03T10:34:52+01:0011 maart 2020|berichten, Huur en vastgoed, nieuws, specialisme|

Huurovereenkomsten voor kantoorruimte, opslag of overige bedrijfsruimte worden vaak 7:230a-huurovereenkomsten genoemd. Deze naam verwijst naar de toepasselijke wettelijke bepaling. Huurders van deze huurovereenkomsten hebben na opzegging van de huurovereenkomst recht op ontruimingsbescherming.

Hoe draag ik een huurovereenkomst over door middel van het recht van indeplaatsstelling?

Door |2025-02-03T16:24:21+01:0010 maart 2020|berichten, Huur en vastgoed, nieuws, specialisme|

Een ondernemer die zijn bedrijf wil verkopen, zal in het algemeen de huur van zijn bedrijfsruimte willen overdragen aan de koper. Dit is mogelijk door middel van indeplaatsstelling. Voor middenstandsbedrijfsruimte, zoals winkels, horeca, afhaal- of besteldiensten en ambachtsbedrijven is dit wettelijk geregeld. Het is een bijzondere vorm van contractovername.

Hoe werkt de opzegging van een huurovereenkomst voor middenstandsbedrijfsruimte (artikel 7:290 BW)?

Door |2024-10-17T14:30:53+02:009 maart 2020|berichten, Huur en vastgoed, nieuws, specialisme|

Huurovereenkomsten voor winkels, horeca, afhaal- of besteldiensten en ambachtsbedrijven worden huurovereenkomsten voor middenstandsbedrijfsruimte genoemd. Voor dit type huurovereenkomsten gelden specifieke wettelijke bepalingen. Uitgangspunt is een hoge bescherming van de huurder. De huurder moet immers zijn onderneming kunnen opbouwen en inkomen en goodwill kunnen genereren. De bescherming van de huurder brengt ook mee dat huurovereenkomsten voor middenstandsbedrijfsruimte niet zomaar kunnen worden opgezegd. Daarvoor gelden wettelijke eisen.

Curator in faillissement ook gebonden aan een huurovereenkomst waarin staat dat er geen onderhuur mag plaatsvinden

Door |2024-10-17T14:57:01+02:0023 november 2018|berichten, nieuws|

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 9 november 2018 beslist dat een curator aansprakelijk is wanneer hij in strijd met het verbod op onderhuur in de huurovereenkomst en zonder instemming van de verhuurder het gehuurde in gebruik geeft aan een derde. Kortom: ook de curator van een failliete huurder is gebonden aan de huurovereenkomst waarin staat dat er geen onderhuur mag plaatsvinden.

Ga naar de bovenkant